Een bijzonder gesprek

Ik ben in gesprek met een man die zeer plotseling zijn vader verloren is. Hij zegt dat hij niet in de buurt was, maar dat hij gelukkig net op tijd was om afscheid te nemen. Ik zie dat hij zich groot houdt en zijn best doet zijn emoties binnen te houden.

Hij vertelt over hoe druk hij nu is met alle praktische zaken die geregeld moeten worden. Ik vraag hem wat er door hem heen gaat als hij denkt aan het verlies van zijn vader. En hij zegt vooral heel dankbaar te zijn, dat hij nog op tijd was om afscheid van zijn vader te nemen. Hij vertelt hoe hij en zijn broer dit met elkaar beleefd hebben. Het betekent veel voor hem dat zij dit samen gedaan hebben.

 

Samen verzorgen zij de uitvaart

Samen met zijn broer maakte hij een afspraak: we gaan er samen voor zorgen dat onze vader een mooi afscheid krijgt. Precies zoals hij dat verdiend heeft. Ik vraag hem hoe het was, om dit samen met zijn broer te doen voor hun vader. Hij geeft aan dat het heel bijzonder voelde om dit te mogen doen voor zijn vader.

Hij neemt me mee naar de avond, waarop hij samen met zijn broer met zorg de muziek uitzocht voor de uitvaart. Het beluisteren van de muziek waar zijn vader zo van hield was heel bijzonder, zo zegt hij. Ik zie zijn ogen glinsteren van het traanvocht als hij dit vertelt. Hij lijkt zijn best te doen om de tranen binnen te houden. Ik zie dat het je raakt, vertel ik hem. Dan vraag ik hem: Wat gebeurt er met je terwijl je dit zo vertelt?

 

 

De emotie mag er zijn

Het raakt me als ik terugdenk aan dat moment vertelt hij. Samen zaten we te luisteren naar de muziek waar onze vader zo van hield. Er loopt nu een traan over zijn wang. Mijn broer en ik haalden herinneringen op, en ik zag precies voor me hoe mijn vader hier naar luisterde. Hij gaf de maat aan met zijn handen. Dit deed hij niet altijd goed in de maat moet ik zeggen, en begint te lachen.

Ik glimlach naar hem. Ik zie aan je dat je hier mooie herinneringen aan hebt. Ja, weet je hoe dat komt? Ik geef aan van niet en vraag hem er naar. Hij zegt dat hij zich vroeger zo stoorde aan de muziek waar zijn vader van hield. Hij vond dit maar ouderwetse muziek. Dat zijn vader daarbij zat te zwaaien met zijn handen, maakte het er niet beter op. Maar nu zie ik in hoe zeer hij hiervan genoot.

En dat doet je plezier vraag ik hem? Ja, eigenlijk heb ik dat nooit zo gezien, maar nu des te meer. Wat doet het met je, nu je dit zo ziet? Ik wilde dat ik het vroeger zo kon zien, zodat ik me niet geïrriteerd voelde en niet zo naar naar hem gereageerd had. Maar ik besef me ook dat ik jong was.

Wat bedoel je daar precies mee? vraag ik hem. Nou ik denk dat het ook heel normaal is om je als jonge jongen een beetje af te zetten en niet alles van je ouders even leuk te vinden. Dat denk ik ook, zeg ik hem.

 

 

De vraag die hem zo bezig houdt

Even is hij in gedachten verzonken. Vertel eens wat er nu zoal door je heen gaat, vraag ik hem. Hij geeft aan het niet zo goed te weten, zoveel eigenlijk. Probeer eens te beginnen bij één van die dingen, moedig ik hem aan. Dan begint hij te vertellen.

Nou het is bizar, zoals het allemaal gegaan is. Ik bedoel, hij was heus niet de jongste meer, maar hij was nog zo vitaal! En ineens krijg je het bericht dat je vader op sterven ligt. Ik hoor zijn stem haperen, en zie dat hij slikt tegen de brok in zijn keel. Als ik je goed begrijp kun je het je bijna niet voorstellen. Zo vitaal als hij was, en dan ineens in kritieke toestand wordt opgenomen. Hij veert omhoog van zijn stoel en zegt: ja, dat bedoel ik! Ik kan er gewoon niet bij dat hij zo ineens, onverklaarbaar, zo snel achteruit gegaan is.

Ik vraag hem of ik het goed begrijp, dat hij het nog steeds onverklaarbaar vindt. En of hij daarom blijft zitten met de vraag: waarom? Ja, dat klopt, ik heb er nog steeds geen antwoord op. Houdt dit je nog zo bezig, de vraag hoe het heeft kunnen gebeuren? Ja, overdag heb ik daar geen last van, dan ben ik veel te druk bezig om alles te regelen. Maar ‘s nachts…

Vertel eens iets meer over wat er ‘s nachts gebeurt, vraag ik. Ach dan lig ik maar te draaien en te malen, en slaap ik urenlang niet. Dus als ik het goed begrijp houdt de vraag “Waarom?” je erg bezig. En dat zorgt ervoor dat je ‘s nachts niet goed kunt slapen. Klopt dat? Ja dat is zo. En als ik ‘s morgens wakker wordt voel ik me nog steeds moe. Dat kan ik er juist nu niet bij hebben. Dat begrijp ik, het is erg vervelend dat je nu ook nog weinig slaap krijgt.

 

 

Hoe kan hij antwoord krijgen op zijn vraag?

Als ik je nu zou vragen wat je zou helpen om beter te kunnen slapen, wat zou je dan zeggen? Nou dat lukt volgens mij alleen maar, als hij een antwoord krijgt op die vraag. En dat krijgt hij niet. Waarom ben je daar zo zeker van? Vraag ik hem. Nou dat lijkt me simpel, mijn vader kan het niet meer vertellen.

Daar moet ik hem gelijk in geven, maar ik vraag hem wie hier misschien ook een antwoord op zou weten. Even denkt hij na en zegt dan: ja, de artsen zullen het ook wel weten, denk ik. Ze hebben ook wel gezegd natuurlijk dat zijn hart ermee op hield. Maar daarmee weet ik nog niet hoe dat gekomen is.

Wat zou je aan de arts kunnen vragen om hier antwoord op te kunnen krijgen? En daarmee ook wat meer rust te krijgen? Tsja, misschien kan ik vragen of ze aan de hand van zijn symptomen, ook weten waarom dit is gebeurd. Ik geef aan dat dit een goede vraag zou zijn. Hij denkt er nog even over na en zegt dan: denk je dat ik dit kan navragen op de afdeling waar mijn vader lag?

Ik leg uit dat het altijd mogelijk is een vraag te stellen. Als je de vraag niet stelt, krijgt de ander ook geen gelegenheid om jouw onzekerheid weg te nemen. Ik vraag hem ook wat er zou gebeuren, als de artsen hier uiteindelijk ook geen antwoord op kunnen geven.

Hij haalt diep adem, en zegt dat hij zich er dan bij neer zal moeten leggen. Hoe ziet dat er dan voor jou uit? Als jij je erbij neer zal moeten leggen? Heb je daar enig idee van? Ja, ik heb dan geen andere keus, dat weet ik. Dus dan zal ik het ook wel los kunnen laten.

Ik zeg hem dat het goed klinkt, dat hij bij de arts gaat navragen wat de werkelijke oorzaak is geweest van zijn vaders overlijden. Maar dat als de arts niets met zekerheid kan zeggen, hij kan proberen het los te laten.

Maar ik vraag hem ook, wat hij zal doen als dat uiteindelijk in de praktijk moeilijker blijkt te zijn dan hij had verwacht? Dan kom ik er op terug, geeft hij aan. Want uiteindelijk wil ik toch weer kunnen slapen, zegt hij met een knipoog. Ik lach met hem mee, en zeg hem dat ik hem dat ook toe wens. Hij ziet er lichter uit, zit weer rechtop, en zijn gezicht toont meer ontspanning.

Mijn vermoeden wordt bevestigd, want hij geeft aan weer even energie te hebben, voor alle praktische zaken die hij nog aan het afhandelen is voor zijn vader. Zo nemen wij afscheid. Hij bedankt me voor mijn luisterend oor en de inzichten die hij heeft gekregen. Ik vertel hem dat hij hier zelf hard aan heeft gewerkt en bedank hem voor zijn openheid.

Dit is een deel van het gesprek, zoals het heeft plaats gevonden. Er is toestemming verleend voor het delen hiervan.